Mensen onderweg

Het beeld van de weg is een heel krachtig beeld voor een mensenleven. We zijn allemaal op weg. We gaan onze levensweg. Met vallen en opstaan. Met vreugde en verdriet. Gaandeweg vindt ieder van ons haar/zijn eigen maat. Wandelend onderweg zijn, maakt dat we ons ook letterlijk op weg begeven. Hieronder teksten waarin de weg, onderweg zijn of zoeken en vinden centraal staan…
Als je zelf mooie teksten over de weg hebt, mail ze dan.
Wandelen (Marinus van den Berg)
Wie wandelt, wandelt nooit alleen.
altijd zijn er wel vogels, altijd de wind
of de waterstromen,
de bronnetjes soms
of passanten.
Altijd zijn er de bomen
en de wolken die je groeten
of de strakke blauwe hemel.
En de zijwegen en kruispunten
die vragen om een keuze.
Altijd zijn er je gedachten
die meetrekken als engelen
of als duivels, die je plagen.
Alleen wandelen bestaat niet.
Wandelen brengt je ook altijd weer
op je innerlijke weg
en brengt je thuis.
De hele kunst van ons leven is onze eigen maat te vinden; die te leren kennen en waarderen. (Eugen Drewermann)
Spiritualiteit is een levenslange zoektocht, een vallen en opstaan, door eigen schaduwstukken heengaan en blij durven zijn met wie ik ben. (prinses Irene van Lippe-Biesterveld, in: dagblad Trouw, 22 november 2007)
Een lange wandeling (Rutger Kopland)
Wandelend met B en R mijn kinderen
wordt het weer winter, word ik langzaam
weer ingesponnen in altijd dezelfde
nevelige bosranden, modderige wegen,
het kille schreeuwen van fazanten,
de grond dreunt onder een drietal
fjorden-paarden, melancholie
licht bevroren boerenkool alom.
Alles verandert maar keert onveranderd
terug. Neem de heiligen van deze maanden.
Een kind weet dat Sint Maarten met een
halve mantel vertrekt, hij komt met een
nieuwe terug. Sint Nicolaas is altijd
onder ons, al zien wij dat meestal niet.
Maria loopt met een nieuwe Jezus toch
weer in haar laatste dagen. Onze wereld
blijkt gesloten.
Zo komen wij dan ook bij altijd dezelfde
bomen, waarin mijn dochters altijd dezelfde
takken beklimmen en zwaaiend in de toppen
zingen: zie ginds komt de stoomboot, kijk
eens hoe hoog wij zijn. En inderdaad zij
zijn buiten bereik, als zij vielen,
ik zou hen moeten laten vallen.
Wandelend door de schemer terug naar huis
bespreken wij de maan en opa’s dood.
Ze hebben een heel klein beetje te doen
met mij, omdat opa mijn vader was. (Hij
was het die destijds in gordijnen gehuld,
een baard van geplozen touw tot op de
knieën, een wiegelende mijter op het hoofd
voor mij door het maanlicht sloop).
Wandelend in het duister voel ik
hun koude handen, moet ik
hun dorre bloemen dragen,
hun neuzen snuiten,
hun knopen sluiten,
hun vader zijn.
Bij het wandelen
Steeds weer zoeken
mijn voeten de aarde.
Adem verbindt mij
met al wat leeft.
Mijn ogen zien:
het regent licht.
Mijn oren geloven blind
wat zij horen:
achter mij fluisteren
zacht de duizenden
uit wier liefde
ik werd geboren.
Voor mij wacht
het land van belofte.
Mijn stok
weet de weg.
Zo reist mijn ziel
door de tijd.
Zo trekt de geest
door de stof.
Ik doe niets
fout of goed.
Ik ga maar
en groet.
Wandelaar (Antonio Machado)
Wandelaar, jouw voetstappen
zijn de weg, niets meer;
Wandelaar, er is geen weg,
de weg maak je al lopende.
Al lopende maak je de weg,
en als je omkijkt,
zie je het spoor,
dat je nooit meer zult
bewandelen.
Wandelaar, er is geen weg,
alleen de rimpelingen
van de zee.
Vroeg in de morgen (Andries Govaart)
Vroeg in de morgen; dauw lag op het land
zijn wij op weg gegaan, het afscheid van een vriend,
verwaaide groet.
Geen zware last, wat kleren en een brood.
Geen stok om mee te gaan, een eerste struikelpas,
steun voor elkaar.
Nog vervuld, verlangend zoeken wij,
de ruimte van het land, de wijdte van de tijd,
een vriend, mijn God.
Langs groenend graan, belofte voor de oogst,
een schaduw voor mij uit, gestalte vaag bekend,
trekken wij op.
Een smal hard pad, tussen de velden door,
de aren barstensvol, verzengde zonnebloem,
een stenen tijd.
De dag is vuur, de aarde dichtgeschroeid.
Met zou doordrenkt gaan wij, de lippen zwijgen droog,
de ogen mat.
Vergeten, waarom wij zijn gegaan,
geen zicht meer op het doel, wij dwalen rond verdwaasd,
haast zoekgeraakt.
Geen schaduw achter mij, geen die mij schraagt, mij troost,
een stok alleen.
Het land verkleurt, het avondlicht maakt mild,
een stil weids vergezicht, het suizen van de wind.
Het water wacht.
Het koren is geoogst, de velden leeg.
Gedreven worden wij, niet meer op eigen kracht,
weer met elkaar.
Tot rust gekomen is mijn ziel in mij.
U bent ons landschap, God, de ruimte van de tijd
geeft U alleen.
Met duizenden gaan wij de tijden door,
zien torens aan de kim, kantwerk van licht en steen:
een nieuwe stad.
Hoed vol gaten
Ik wil
niets
meer bewijzen
vooral mezelf niet.
Ik wil
reizen door de tijd
een hoed op
vol gaten
licht in het hoofd.
Van kleine ziel naar grote ziel (Ron van den Bovenkamp)
stap na stap,
maakt de cadans je losser en vrijer
ontspanning
stap na stap,
loop je jezelf ‘weg’
bevrijding
stap na stap,
er is slechts beweging
contact
stap na stap
wordt ruimte vol-ledig
verbondenheid
stap na stap
is die ene alles en alles is één
bewustzijn
Iedere stap is vrede (Thich Nhat Hanh)
Iedere stap is vrede.
De stralende rode zon is mijn hart.
Elke bloem beantwoordt mijn glimlach.
Hoe groen en fris is al wat groeit.
Hoe verkoelend de wind.
Elke stap, gezet in vrede,
verandert de weg-zonder-einde
in een blijmoedig pad.
Onderweg (Gerard Rinsma)
Lijnen snijden elkaar
wegen kruisen elkaar
mensen ontmoeten elkaar
en gaan verder
met herinnering van wat is,
met verwachting
van wat komen gaat.
Beide voeten op de grond
Op voettocht is een kans
om opnieuw thuis te raken
op moeder aarde, om even de
hoge vlucht van de gedachten
en idealen los te laten
en beide voeten op de grond te zetten.
Bewegen (Ada Catheart-Benting)
Opnieuw beginnen
en steeds
voortgaan
Zelf veranderen?
Of alleen door invloeden??
Pelgrim
Op weg
steeds maar op weg
moeizaam voortsjokkend
langs knoestige knotsen
van bomen
kreunend in hun gewichten
een modderpad
met zwarte dreigende plassen
de hemel houdt op
waar moddervoeten
traag, onzeker
voort slibberend
naar steun zoeken
in de blubber
plotseling plassen
als spiegels die
de lucht
gevangen houden
een mens
van zijn voeten
bevrijdend
een mens
richt zich op
ongelovig
hopend
een gat in de wolken.
Voor onderweg (Iolair)
een trommeltje met boterhammen
de veldfles water helder steeds gevuld
twee paar stevige sandalen
wat zaaigoed voor de wereld
en met de mensen wat geduld
jouw droom hardop vol idealen
een treffend plan in volle kracht
handen en voeten hart en ziel
namen geven aan miljoenen dorstig
angst en honger herbergen in de nacht
kom aan en trek weer verder
rechtdoor en waakzaam bij een bocht
opgewekt en zonder om te kijken
aan niets tekort van niets teveel
schouder aan schouder ‘n goede tocht
Jij, die de weg van de Pelgrim ziet (Arnulf Sibbing)
Jij, die de weg van de pelgrim ziet in ons hart,
breng ons thuis.
Wees de kracht die onze voeten doet gaan,
begin en eind van de tocht.
Zing in ons het pelgrimslied.
Geen zwervers maar pelgrims (Harm Renkema)
Wandelend door het leven zijn wij geen zwervers maar pelgrims. Ons einddoel ligt ver achter de horizon, de weg leert ons hoe te leven en God is onze metgezel! En telkens weer worden we uitgedaagd om nieuwe wegen te bewandelen. Niet de plat betreden paden maar de wegen die het minst bewandeld zijn. Deze keuze maakt het grote verschil. Het gedicht hieronder van Robert Frost spreekt hierover.
Vrede en alle goeds, Harm Renkema
A road not taken Two roads diverged in a yellow wood, And sorry I could not travel both And be one traveler, long I stood And looked down one as far as I could To where it bent in the undergrowth, Then took the other, as just as fair, And having perhaps the better claim, Because it was grassy and wanted wear, Though as for that the passing there Had worn them really about the same, And both that morning equally lay In leaves no step had trodden black. Oh, I kept the first for another day! Yet knowing how way leads on to way, I doubted if I should ever come back. I shall be telling this with a sigh Somewhere ages and ages hence: Two roads diverged in a wood, and I took the one less traveled by, And that has made all the difference. Robert Frost
Doorlopen, simpelweg en religieus (Herman Andriessen)
Moed houden, eenvoudig voortgaan,
als je kunt.
En als je niet kunt, niet meer kunt,
wachten,
of uitrusten bij een vriend,
als die er is.
En, als die er niet is,
tóch wachten, – dan maar alleen – wachten tot het weer gaat:
straks.
Eenvoudig voortgaan, de weg nemen
zoals die komt
met z’n vóór en z’n tegen,
je oog helder als een lamp
die je lijf verlicht.
Doen wat ter hand is.
Antwoorden geven als die er zijn.
En intussen voelen
de tik van je stok,
niet teveel omzien – een enkele keer soms,
want de weg gaat dwars door je hart – niet teveel omzien,
en niet teveel ook vooruit.
Eenvoudig voortgaan en weten:
deze weg is niet alles,
en is niet van deze wereld alleen.
De wolken zien die aandrijven
uit eeuwige verten – wie trok er hun grens? – en je hart voelen inkloppen
op de eeuwige heuvels – wie heeft ze gegrond? – en van de dingen
de stille kant zien…
waar ze grenzen aan
de Eeuwige…
Naar buiten geroepen (Anselm Grün)
Ik trek mijn wandelschoenen aan
pak mijn rugzak
maak thee en brood klaar
neem afscheid
van thuis
van wat me lief is geworden
Ik ben bang
voor het onbekende
schrik terug voor de uitdaging
twijfel aan de weg
ik mis landkaarten
en wegwijzers.
Zomaar
op pad gaan
op uw woord
de stad achter mij laten
bereid zijn
de weg met U te gaan
Angst
onmacht
wanhoop
en toch ook vertrouwen
een heel groot vertrouwen
en protest en overgave
Ik geef me aan U
ik ga met U
ik laat los en
hou me vast aan U
ik doe mee
en laat los
Ik ben bereid
omdat Gij me vasthoudt
Ik ben bereid
omdat Gij me roept
Onderweg (Ingmar Heytze)
Of je nu een leven inloopt of eruit,
je schaduw zit je op de hielen
en een woud van borden
wijst, wijst, wijst.
Je loopt alleen, altijd alleen,
al weet je duizend mensen
om je heen, en loopt er soms
iemand een eindje mee.
Wandel op de middenweg,
niet tussen einde en begin,
je bent je eigen wandeling.
Je loopt een leven uit, een leven in.
Camino (Jan de Jongh)
Leven is op weg zijn,
bergen beklimmen, waden door rivieren,
bloemen plukken bij maanlicht,
dwalen door eenzaamheden en woestijnen,
een kaars branden tegen de storm,
oplopen met anderen of hen dragen,
brood delen en vieren in de nacht.
Leven is pelgrimeren,
een tijdlang werken aan de weg,
een brug bouwen over het water,
rovers en duivels verjagen,
waken en bidden met zieken,
doden begraven bij de kapel.
Maar nooit raken de pelgrims thuis:
‘vreemdelingen’ vestigen niet.
Wanneer zij eindelijk aankomen,
weten ze wat ze vermoedden:
DE WEG IS HET DOEL.
Wandelaar (13e eeuwse inscriptie op een kloostermuur in Toledo)
Wandelaar, je voetstappen zijn de weg
en niet meer dan dat.
Wandelaar, er is geen weg,
de weg ontstaat al gaande.
Al gaande ontstaat de weg
en als je achterom kijkt
zie je het pad, dat je nooit meer kunt gaan.
Wandelaar, er is geen weg,
enkel kielzog in zee.
Groot is de wereld
Groot is de wereld
en lang duurt de tijd,
maar klein zijn de voeten
die gaan waar geen wegen zijn
overal heen.
Uit voetreis naar Rome (Bertus Aafjes)
Reizen, het is zijn hart losmaken
van het anker der kleine vaart,
om het vlot te laten geraken
op de zeeën der wereldkaart.
Het is zijn hart van het beminde
losrukken, fier en onbevreesd.
Om het schoner nog weer te vinden
dan het ooit voordien is geweest.
Sporen
Je schoenen grazen
de paden kaal
zetten hun tanden in stenen
als je stijgt in de bergen
struinen stoffige wegen af
in het zand zwelgen ze
aan een beek nippen ze
een pad happen ze door het gras.
Tegels, asfalt,
alles hebben ze gehad:
als je ze invet
en wegzet
herkauwen ze
jouw voettocht in de kast.
Aangekomen (Thinck Nhat Hanh)
Ik ben aangekomen
ik ben thuisgekomen
in het hier
en in het nu,
stevig,
vrij
verwijl ik
in het absolute
Peregrino (André Witlox)
Jarenlang
hield de Melkweg me in haar ban.
Het verleden.
De route westwaarts tot aan het einde der wereld.
Voorbij aan de plaats
waar volgens legenden het graf van de apostel zich moet bevinden.
Beroemd gemaakt door monniken en prelaten
tot meerdere eer van Hem die zij hun God noemen en van zichzelf.
En nu, eeuwen later heb ik mijn moed bijeen geraapt,
heb mijn rugzak gepakt
afscheid genomen zonder veel woorden
en ben op weg gegaan
op zoek naar Hem, die zij hun God noemden
en naar mijzelf.
Onder de sterren liep ik
en kwam mijzelf tegen.
Pas onder de Campus Stellae,
het Sterrenveld, trof ik de wereld
en allen, van over de hele wereld vandaan,
die op weg waren met hetzelfde doel:
hun weg te leren kennen.
Ieders voetspoor te leggen in het spoor van de ander
van eeuwen her, tot aan vandaag.
Om te merken
dat gaandeweg het pad bezit van je neemt,
dat je spoor weliswaar vergaat,
je het stof van je lichaam spoelt
maar je ziel zich slijpt tot wie je wilde zijn:
Pelgrim,
op zoek naar kennis en balans.
En op je weg te ontdekken
dat niet het verschil maakt wie je bent,
maar de overeenkomst met de ander.
Dat jouw God uit mensen voortkomt,
zich ontwikkeld in hun geesten en hun harten
en zo van hart tot hart wordt doorgegeven.
De steen die ik van thuis had meegenomen lag niet zwaar
en ontlastte niet toen ik hem afwierp.
En toen ik, na vele dagen alleen zijn onder de mensen,
neerknielde in de tempel
door mensen bedacht en rijkelijk van goud voorzien,
besefte ik pas goed
dat hier mijn God niet kon wonen.
Tijd om te leven (vertaald uit het Duits)
Ons leven is geen snelweg,
waarop we onszelf voortdurend inhalen om uiteindelijk allemaal in de file voor het ziekenhuis of het verzorgingshuis te staan.
Ons leven is geen treinreis
waarbij we voor onszelf de beste plaatsen kunnen reserveren.
Ons leven is ook geen vliegreis,
omdat we geen recht op onze plaats hebben.
Ons leven zou een lange wandeling mogen zijn…
soms met blaren,
soms met een lied op de lippen,
soms in regen en storm,
soms met een rustplaats in de zon.
Want de wandeling te voet geeft ons echt tijd om te leven…
De bonte sluier/The painted veil
(W. Summerset Maugham)
TAO.
Het is de weg en de wandelaar.
Het is de eeuwige weg waarlangs alle wezens gaan, maar niemand heeft hem gemaakt, want hij zelf is wezen.
Het is alles en niets.
Daarin ontstaat alles, daarheen richt zich alles daarom keert tenslotte alles weer terug.
Het is een vierkant zonder hoeken, een geluid dat oren niet kunnen horen en een beeld zonder vorm.
Het is een groot net en hoewel de mazen zo groot zijn als de zee,
laat het niets door.
Het is het heiligdom, waar allen en alles een schuilplaats vinden.
Het is nergens, maar zonder uit het venster te kijken kun je het zien.
Het leert je wensen om niets te wensen en dingen op hun beloop te laten.
Hij die zich buigt zal verheven worden.
Hij die zich vernederd zal verheerlijkt worden.
Mislukking is de grondslag voor succes, succes is de schuilplaats voor mislukking.
Maar wie kan zeggen wanneer het keerpunt komt?
Hij, die naar tederheid haakt kan aan het kleine kind gelijk worden.
Zachtheid brengt overwinning aan hem die aanvoert en veiligheid aan hem die zich verdedigd.
Machtig is hij die zichzelf overwint.
Laat mij mijn eigen weg gaan
Haal mijn weg niet weg
onder mijn voeten.
Ook niet, wanneer mijn weg
volgens jouw weg een omweg is.
Levensdoel
Het doel in ‘t leven is als het doel van een wandeling.
En dat is: het zo goed mogelijk doen van de volgende stap.
Stap? Nee, stop.
Ik sta stil.
Hier moet ik zijn.
Gang (Pierre Kemp)
Ik, de zon en de weg
en de zon, de weg en ik
in zonderlinge harmonie
op dit ogenblik.
Ik ruik geen bloemen, ik zie
geen bomen, geen vogels, geen heg.
Ik voel maar een gaande man in de zon
op een weg.
Vertrokken (fragment uit: A. Roland Holst, De ontkomen zwerver)
Ik weet niet meer wie achter is gebleven
sinds ik mijzelf de poorten opende.
Het is mij voortaan om het even,
mij lokt alleen het vreemde leven
loopende, loopende…
Ik voel mij weer gelukkig worden
loopende, loopende…
Wanneer er vele wegen voor je openliggen
(Susanna Tamaro, De stem van je hart, pag. 155)
En wanneer er later vele wegen voor je openliggen en je niet weet welke je moet nemen, sla er dan niet op goed geluk een in, maar ga zitten en wacht. Haal vol vertrouwen net zo diep adem als je adem hebt gehaald de dag waarop je ter wereld bent gekomen, zonder je door iets te laten afleiden, wacht en blijf wachten. Wanneer dat dan tot je spreekt, sta op en volg zijn stem.
Heuvels van geluk (P.Broekx)
Maak maar gerust plannen om op die heuvels van geluk je tenten op te slaan. Maar weet wel dat er een moment is dat je verder moet trekken.
Draag het vergezicht van boven op de heuvel in je wanneer je straks door het dal verder trekt of door bos en struikgewas heen een nieuwe weg moet zoeken.
Weet dat je dit voorbijgaand geluk nooit blijvend kunt verdedigen, noch je geluk met God, noch je geluk met de mensen. Feest is er om de gewone dagen gewoon te laten zijn en er toch niet aan te sterven.
De weg verandert (Susanna Tamaro, De stem van je hart, pag. 104)
Weet je welke vergissing men altijd maakt? Dat we geloven dat het leven onveranderlijk is, dat we als we eenmaal een weg ingeslagen zijn we die tot het eind moeten aflopen. Maar het lot heeft veel meer fantasie dan wij. Juist wanneer we ons in een uitzichtloze situatie menen te bevinden, wanneer we het wanhopigst zijn, dan, met de snelheid van een rukwind, verandert alles, komt er een ommekeer, en van het ene op het andere moment merk je dat je een nieuw leven leidt.
De levensweg
(gedicht van Ivana)
De weg die je gaan moet in je leven
is doorgaans één lang pad.
Met het einddoel nog lang niet in zicht.
Maar zo af en toe een dorp of stad
waar je even uit kan rusten,
bijkomen van die lange tocht.
waar je terug kan kijken naar waar je vandaan komt
en je even na kan denken over wat je nu zocht.
Na zo’n rustpunt is er weer een splitsing:
zal ik doorgaan of de weg verlaten,
kiezen voor en nieuwe richting,
of weer een pad met zoveel gaten?
Weer een weg met heel veel kuilen
vele moeilijke begaanbaar, soms ook goed
en juist die goede stukken gaven net dat beetje moed.
Keuzen maken dat is moeilijk: wat doe ik
neem ik nu die nieuwe weg?
Hij ziet eruit of hij rust zal geven
maar…… de andere kant
dat pad is zo vertrouwd…
het is een stuk geworden van mijn leven.
Het verschil tussen die wegen
is een verschil van dag en nacht.
Dat maakt elke stap die ik maak zo moeilijk
veel moeilijker dan ik ooit heb gedacht.
De bagage is me zo dierbaar
verzameld op mijn lange tocht,
onderdeel van de afgelegde weg met al zijn kuilen.
Met liefde, pijn, geduld en moeizaam bij
elkaar gezocht.
In het begin was dit nog heel gemakkelijk.
De wegen lagen nog naast elkaar.
En bij elke kuil even overstappen
dat was toen nog geen bezwaar.
Nu is het moment gekomen dat de wegen wijken.
Ik kan nog maar één weg gaan volgen
en kan niet meer naar de andere weg kijken.
Op die splitsing zal ik moeten kiezen.
Welke bagage zal ik achter laten?
Het is zo moeilijk om daar afstand van te doen.
Dat heb ik meer dan ooit in de gaten.
Toch kan ik hier niet blijven staan.
Ik moet verder…..ik moet door.
De richting moet ikzelf nu bepalen.
Shit, waar kies ik nu toch voor?
En zet dan de eerste stappen.
Ga de zonnestralen dan maar tegemoet.
NEE niet meer achterom kijken
naar wat ik achter laten moet.
Ik richt me op wat voor me ligt.
Mijn bagage nu bijna leeg,
maar zal opnieuw gevuld
en weer compleet vervangen worden
met hernieuwde warmte en ook liefde
die gaan maken dat ik het andere
wat ik achter liet snel weer vergeet.
De weg
(uit: Hella Haasse, De Scharlaken Stad, Querido, 1952, pag. 81)
De weg zelf moet ieder alleen gaan.
Wat weet ik van jouw pelgrimstocht,
wat weet jij van de mijne?
Is dit niet juist het kernpunt
van onze overtuiging
dat ieder voor zich
in eigen wezen God leert kennen?
Welke weg kiezen we?
Iemand vertrok te voet van huis om de wereld te verkennen.
Maar na nauwelijks een uur gelopen te hebben, kwam hij bij een viersprong, die hem dwong een keuze te maken. Hij koos voor rechtdoor, maar dat betekende dat hij de dalen rechts en links van hem niet kon bekijken.
Daarmee was zijn wereld al een stuk kleiner geworden.
Ook bij de volgende driesprong moest hij kiezen en daarna nog eens en weer eens.
Iedere weg die hij insloeg, iedere keuze die hij maakte,
dwongen hem in een smaller spoor.
Zo ging hij verder. Vele honderden wegen had hij rechts en links moeten laten liggen, vele duizenden mogelijkheden had hij onbenut gelaten.
Tenslotte was er nog maar een klein stukje te gaan. Zijwegen waren er niet meer.
Hij kon nog maar één kant op. Aan het eind van de weg gekomen, keek hij om zich heen en merkte tot zijn verbazing dat hij op een bergtop stond.
Al de streken die hij achter zich had gelaten, lagen onder hem.
De hele wereld kon hij overzien, ook de gebieden die hij niet had bezocht…
Pas wanneer je omkijkt, bemerk je wanneer je echt vooruit bent gegaan.
Je moet in het leven keuzes maken.
Door trouw te zijn aan jezelf en aan de richting die je leven genomen heeft, door je beperkingen te accepteren, leer je stap voor stap jouw weg te waarderen.
Jouw eigen weg
De weg die je hebt te gaan,
is je eigen weg.
Hij is de levensweg die je zoekt,
die je vindt, die je kiest.
Op die weg word je ook gevonden,
als je je laat kennen.
Op die weg word je bemind,
als je leeft met een open hand
en een open HART.
Op die weg trekt altijd iemand mee,
zichtbaar en onzichtbaar, door nacht en ontij.
Wonderlijk is die weg die je kiest
en niet kiest,
die jou kiest…
Korte citaten
Als je de berg opgaat, zijn er vele wegen… Je kunt ze niet allemaal tegelijk gaan. (Boedhistische wijsheid)
De ware weg voert langs een touw dat vlak boven de grond is gespannen. Het lijkt eerder bestemd om mensen te laten struikelen dan om over te lopen. (Franz Kafka)
Een sprong voorwaarts doe je niet met beide benen op de grond
Neem uw voetstuk en wandel. (Loesje)
De weg loopt niet waar je ‘m verwacht. (Loesje)
Wie met beide benen op de grond blijft staan, komt niet ver. (Loesje)
Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg. (Loesje)
Pelgrimslied
(van Jan Hopman, als pelgrim in het harnas gestorven in 1994, melodie: Licht dat ons aanstoot)
Mensen die gaan langs vele wegen,
altijd en iedereen op weg.
Geen blijvend huis, geen vaste stede:
altijd verlaten wat je hebt.
Geen vaste koers, geen lichtend baken,
altijd vaarwel en naar waarheen?
Opstaan en weer opnieuw verlaten
wat in de aanvang veilig scheen.
Mensen gaan onderweg tezamen,
spreken en vragen naar elkaar.
Zoeken de wegen als ze dwalen,
wijzen het spoor de ander aan.
Altijd weer nieuwe moed te vinden
en delend van elkanders brood.
Horen naar wat het hart beminde:
Wat is je diepst gewenste droom?
Aankomen wanneer? Nooit ten einde.
eens toch de lange weg gegaan.
O, mochten wij dan samen delen,
ieder vertelt zijn reisverhaal.
Het laatste doel vereent de wegen:
zal niet herkenning vrede zijn?
Over nog meer moet nu gezwegen,
meer kan een pelgrimslied niet zijn.
Pelgrimstocht der mensen
Pelgrimstocht der mensen; veertig jaar woestijn,
onvervulde wensen, – ‘t Land zal heerlijk zijn!
Wie aanhoort ons bidden, wie ziet naar ons om?
God, trek in ons midden; kom Heer Jezus kom.
God, trek in ons midden; kom Heer Jezus kom.
Vrucht van eenzaam sterven, ‘t leven overwon!
Wij gaan ‘t Land nu erven, God is zelf haar zon.
Trekkers vol vertrouwen, werpt uw last op Hem.
God is zelf aan ‘t bouwen, ‘t nieuw Jeruzalem.
God is zelf aan ‘t bouwen, ‘t nieuw Jeruzalem.