Geestelijke pelgrimage

Het is niet iedereen gegeven om (nog) een wandeling of een pelgrimstocht te maken. Ik noem dat “pelgrimeren in gedachten”. Pelgrimeren zonder letterlijk op tocht te gaan. Een geestelijke pelgrimstocht. Franciscus en Clara van Assisi hebben het allebei over het in het leven staan als “pelgrims en vreemdelingen”. Een franciscaanse levenshouding. Bij de broeders van Franciscus was dat duidelijk: zij werden twee aan twee uitgezonden en gingen letterlijk op weg. Maar voor de slotzusters van Clara ligt dat toch minder voor hand. Zij gingen immers niet letterlijk op tocht, maar konden toch hun leven als een geestelijke pelgrimstocht zien. Terwijl je onvrijwillig (bijvoorbeeld door ziekte, handicap of ouderendom) of vrijwillig (bijvoorbeeld als contemplatief religieus) niet letterlijk kunt pelgrimeren, kun je je leven toch als pelgrimstocht ervaren. Ik ben hierover met enkele mensen in gesprek. Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen op dit punt. Wil je ze delen, mail ze dan naar.
Jan Six (in: FD persoonlijk, 22 mei 2010, pag. 40):
Dante wist precies wat hij wilde. Hij wilde terug naar Florence, maar moest voortdurend zoeken naar manieren om het te bereiken. Dat vind ik buitengewoon interesssant. Ik moet iets met kunst en blijf er voortdurend omheen dartelen, op zoek naar mijn eigen pad. Dante geeft een soort soelaas. Je moet doorwandelen, zegt hij. Als je precies weet wat je wilt en er direct op af kunt lopen, is het weg, is het over. Dante leert je dat het niet gaat om het einddoel, maar de weg ernaartoe. Vertrouw op je reis, wandel maar door.
Rosita Steenbeek (in: Nouveau, mei 2010, pag. 31):
(na een verkeersongeluk waarbij haar neef ter plekke overleed en haar moeder en zij ernstig gewond raakten)… “Toen het iets beter ging met mijn moeder, hebben we maanden samen in een kamertje gelegen. Plat op onze rug. Luisterend naar muziek, vaak hand in hand. Zwáre muziekstukken zoals de Matthäus Passion om het verdriet te doorleven. Het was een bewegingloze pelgrimage.”
Istvan Koning schreef op 24 maart 2010:
Ik ben niet zo’n wandelaar, tenminste niet met de benen. Ik wandel graag in de geest, omdat ik dan de ruimte heb tussen ziel en lichaam. Je wandelt eigenlijk gedurende je leven van je lichaam vandaan en naar je ziel toe. Eenmaal daar aangekomen kun je gerust het lichaam achter laten. De ziel is god en de geest is het instrument dat door de ziel aan je leven in bruikleen wordt gegeven. In alle mogelijke vrijheid heb je daar de beschikking over, maar bedenk dat je altijd weer terug gaat naar de ziel. Wat god is of wie god is? Ga thuis voor de spiegel staan en wees zuinig op hem en ook op de god van je naasten, want die zijn net zoals jij onderdeel van de grote Ziel (God). Meester Eckhart zei het al anno 1300: God greep in zijn ziel en schiep zo de mensenziel. Met andere woorden God deelde zijn ziel met jou.
ZDB schreef op 6 mei 2006 naar aanleiding van de sleutelwoorden (geplaatst op Stille Zaterdag 22 maart 2008):
Toen ik de sleutelwoorden uit jouw scriptie las, dacht ik plotseling die sleutelwoorden zijn ook de grondregel/het stramien van ons contemplatief leven in een slotklooster. De sleutels geven toegang tot het slot (!) van het slotklooster-leven zoals wij dat beleven in de Benedictijnse kloosters. Zie hier mijn 1e gedachten daarover…
Vertragen: om de ruimte, de leegte, de rust in het geestelijk leven te bevorderen, samen met huisgenoten op weg naar het God zoeken.
Vereenvoudigen: in ons leven gaat het om eenvoudig en sober te leven, geen overdaad, geen luxe, om ons beter bezig te kunnen houden met het wezenlijke van het geestelijke leven: God zoeken.
Verdichten: stil staan bij de wezenlijke zaken van ons leven en je niet laten afleiden door wat de “buitenwereld” te bieden heeft.
Loslaten: in ons leven moeten we veel waardevolle, maar ook onbelangrijke zaken loslaten of ervan onthecht zijn om ons te richten op de omgang met God.
Verstillen: de stilte in huis, in ons leven, in onszelf is een wezenlijke grondhouding en onderdeel van ons leven, om in de stilte ‘n klimaat te scheppen voor Gods stem’, Gods woord. Daarvoor hebben we twee oren gekregen die samen het hart van onze regel vormen. De Regel van St. Benedictus begint met het woord: Luister! dat is: je oren openzetten voor de Ander en de ander, luisteren naar de ander, leven met je hart is leven en luisteren met twee oren.
Verwondering: is contemplatie, is beschouwing van Gods grote wonderdaden. Daarover zich ver-wonderen, be-wonderen hoe God met mij bezig is, voor mij zorgt, voor alle mensen en zijn schepping.
Verbondenheid: Gods werk in de schepping, in de mens geeft verbondenheid. Mensen in een klooster hebben een sterke familieband, ze streven naar hetzelfde doel, leven hetzelfde leven, geeft verbondenheid.
Vertrouwen: in een klooster ben je afhankelijk van anderen met wie je leeft en optrekt. Dat vraagt geloof en vertrouwen, dat vraagt uit handen geven en je leven in Gods handen leggen, Hij zorgt voor ons, daarin geloven wij, daarop vertrouwen wij.
Verbeelding:
Symbolen en rituelen: hebben we in het klooster heel veel, hebben we ook nodig denk maar aan het koorgebed met nu in de Paastijd de Paaskaars in ons midden met al zijn rijke symbolen. Het maakt het leven wat speels en luchtiger.
Ontmoeting met God: God ervaren in jezelf, in de gemeenschap, in mensen om je heen. Dat is God zoeken, dat is contemplatief leven. Als ik iemand tegen kom terwijl ik m’n meditatie doe in het bos, is dat op het eerste moment niet zo prettig. Even later denk ik: God woont in die mens, dus dit is een Godsontmoeting! Ik moest om gezondheidsredenen ‘n andere weg gaan, daarbij heb ik Gods nabijheid sterk ervaren.
Geestelijke begeleiding is in onze kloosters heel belangrijk, St. Benedictus dringt daar ook sterk op aan, dat is ook nodig op de weg naar het hemels vaderland. Wij hebben het Evangelie als richtsnoer, de Regel van Benedictus, de dagelijkse lezing (lectio) en de persoonlijke begeleiding.
ZSB schreef op 30 april 2006 (geplaatst op Stille Zaterdag 22 maart 2008):
Pelgrimeren in de diepte? Ja, wat doe je wanneer je als contemplatief een scriptie leest over pelgrimeren en andere wandelingen? Terugduiken in de herinnering en er de eigen ervaringen met wandeltochten naast leggen. Dus dat waren aardige en herkenbare reflecties. Het ritme van het lopen, de eenvoud, het loskomen, het open komen voor andere dimensies…. dat had ik ook vooral bij de wandelvakanties die ik solo ondernam. Daar zitten zeer goede herinneringen bij, ook wezenlijke momenten op mijn levenstocht. Het is tijdens zo’n wandelvakantie dat ik me realiseerde hoe diep mijn verlangen naar kloosterleven was, ook toen ik dacht er eindelijk afstand van had genomen en ontdekt had dat ik in staat was in het gewone leven goed en redelijk gelukkig te funtioneren.
Loslaten, vereenvoudigen, verdichten (ik heb het lijstje nu niet bij de hand): het hoort er allemaal bij als je begint aan het avontuur van het religieus leven. Maar op een gegeven moment ga je je in dat nieuwe leven settelen. Je kunt vast lopen. Het gevoel hebben je vrijheid verspeeld te hebben.
Eerlijk gezegd valt het me niet altijd mee het besef te houden onderweg te zijn. Het feit dat er geen jongeren aansluiten (de twee die na mij zijn kwamen zijn ook weer vertrokken) is deprimerend. Mét dat ik het schrijf corrigeer ik mezelf. Zo mág te niet denken/voelen. De vitaliteit van een gemeenschap hangt niet af van zulk ‘uiterlijk succes’. Maar het is zoiets als een echtpaar dat onvrijwilig kinderloos blijft. Onvruchtbaarheid. Je moet dan de relatie met elkaar op een andere manier levend en fris houden. Uiteraard kan dat een heilzame uitdaging zijn. Maar zoals een handelsroute door een saai landschap kan gaan, zo heb je ook als gemeenschap stukken woestijn door te trekken. Zo is het nu.
KNR-bulletin (juni 2007)/KRO-magazine (juni 2007, pag. 7):
Het wandelen in een labyrint is een handig hulpmiddel om de inkeer te bevorderen. Een labyrint is iets anders dan een doolhof en voert je over een gekronkeld pad naar het centrum. Het bekendste labyrint bevindt zich in de kathedraal van Chartres (, maar ook in Nijmegen bevindt zich een labyrint aan de Waalkade, MvZ). In de middeleeuwse kathedralen legden gelovigen al biddend op hun knieën de weg af, ter vervanging van de pelgrimsreis naar Jeruzalem.
Sinds de middeleeuwen hebben gelovigen ervaren dat het lopen van het labyrint je haast als vanzelf dichter bij het centrum van je ziel brengt. Er bestaan ook vingerlabyrints waar je thuis mee kunt oefenen.
Reizen in de geest is minder vermoeiend, minder belastend voor het milieu, minder stressvol en goedkoper dan fysiek reizen. De reis naar binnen is echter zeker niet minder avontuurlijk. Het is een manier van grensverleggend reizen waardoor je veel nieuwe horizonten kunt ontdekken.
Jan van Deenen s.J. (lezing 10 december 2006):
Als je eenmaal de weg naar binnen durft te gaan, de mystieke weg gaat lopen, dan is het niet meer belangrijk of je een lange pelgrimstocht maakt naar Compostella of Rome of Mekka of dat je gebonden bent aan een enkele plaats. In je huishouden of op je ziekbed. Zoals Julian van Norwich in haar eenzame kluis. Of als Dag Hammerskjold in zijn bureau bij de Verenigde naties. Of als Bonhoeffer in zijn gevangeniscel. Of Thomas Merton in zijn tuinhuis naast de abdij. Franciscus op zijn ziekbed in Portiuncula. Meester Eckhart achter zijn katheder. Elke plaats is heilige grond. Loop de weg naar binnen. Daar ligt het verborgen goud.
ZDB schreef op 26 juni 2005:
Mag het nog één keer, om iets van de goedheid van de Heer te laten zien en wat ook met de weg te maken heeft. Ondanks het verdriet en de pijn die het weggaan (om gezondheidsredenen) uit eigen vertrouwde omgeving met zich meebrengt, heb ik juist toen de diepe liefde en nabijheid van de Heer mogen ervaren, o.a. in ‘n meditatie met een speciale uitleg van ‘n evangelieperikoop dat me erg trof. Op de 5e zondag C-jaar hadden we in 2001 en 2004 Lc. 5,1-11. Jezus stapte in één van de boten… Hij stapte in mijn boot. Hij vroeg mij een eindje van wal te steken, van P. naar T., want Hij wil mijn geluk, Hij wil mij een nieuwe kans geven. Jezus volgen kan betekenen : niet altijd vastzitten op een plaats. Volgen is op weg gaan naar nieuw leven, met nieuw Leven (Ziel) aan boord. Ik ben opgestaan, gedreven door een innerlijke drang om de kans aan te grijpen tot dat nieuwe leven – Pasen! Dat betekende wel om alles achter te laten wat me zo dierbaar was om een andere weg te volgen naar – en met nieuw Leven aan boord. Jezus zei tot Simon – tot mij: vaar nu naar het diepe… Dat vraagt Hij ook aan ons – aan mij. Niet aan de oppervlakte blijven, maar je leven diepgang geven, dat is contemplatief leven, daar in het diepe is het leven vruchtbaar, daar is een grote vangst te verwachten…
En dit krijg je zomaar cadeau van je Geliefde, een echte troostprijs!!!
ZDB schreef op 20 en 24 juni 2005:
Ik ga al wandelend m’n meditatie doen, meditatie of liever privé-gebed hoort bij onze “dagtaak”. Maar ik heb het ook nodig om meditatie te doen, ‘s morgens en ‘s avonds, even mèt en bij de Heer zijn en daar zoek ik dan een rustig plekje voor. Omdat ik dat in huis moeilijk kan vinden, ga ik naar buiten, de frisse lucht in en in beweging. Ik dank de Heer voor al het mooie dat ik zie, voor de natuur waarvan ik mag genieten. En dat genieten is een lofzang aan de Schepper, zoals men een schilder eert als men zijn schilderij bewondert. Toch loop ik meestal ingekeerd ‘n mooie tekst uit een psalm te overwegen, dat weer als geestelijk voedsel kan dienen op mijn pelgrimsweg naar de Heer. Zo is ons leven steeds een geestelijke pelgrimsweg, ‘n eenzame weg door de woestijn, soms ook een weg over hoge bergen van gelukservaringen, wij zijn steeds onderweg, mensen van de weg, op weg naar intimiteit met God. Een wandeling in de natuur is ook een weg naar binnen, is af en toe stil staan bij jezelf, al lopend jezelf bevragen, je geweten toetsen: leef ik volgens mijn ideaal, wat wil God van mij? kom ik tot een vriendschappelijke relatie met God, met Jezus, die mij het meest dierbaar is? Zie ik God in de ander? Het is soms niet prettig onderweg iemand tegen te komen, het lijkt de meditatie te verstoren. Ik probeer dan te denken aan God die in die ander leeft, dan is zo’n ontmoeting een Godsontmoeting, zodat de vrede niet wordt gestoord. Ook bid ik al wandelend het Jezus-gebed, meestal met een eigen tekst ter verandering. Het lijkt me voor God erg saai om steeds dezelfde woorden te horen en dan nog wel: ontferm u over mij zondaar. Ik stel me voor dat God zal zeggen: verdorie, houdt op met dat gezondaar, ik heb jullie nog wel mijn enige Zoon gezonden om die zonden weg te nemen, ik heb je al duizenden keren vergeven!! Dan bid ik: Heer Jezus – wees uw geliefde genadig!!! Want Hij is toch mijn meest geliefde en ik van Hem (zoals iedere mens) dat schept meer een relatie lijkt mij dan de eigenlijke tekst, maar dat weet ik niet, ik doe het op mijn manier en dat bevalt me goed.
ZBT schreef op 20 juni 2005:
Door de sleutels, de tekst Wandelen in 3 dimensies?, gedichten en gebeden te lezen en te bemediteren, ervaar ik ook erkenning in mijn eigen leven waar ik mee bezig ben. Dat geeft moed en hoop en bevestigt dat we op de goede weg zitten, denk ik.
TB schreef op 14 juni 2005:
Ik heb veel gewandeld tijdens mijn theologiestudie in Nijmegen en soms verlang ik daar naar terug, want wandelen – zo heb ik gemerkt – geeft rust,doet innerlijke wonden genezen en laat je ervaren hoe groot God is. Het pastoraat is zó druk, dat ik nu niet meer aan wandelen toekom, maar mijn leven zoals dat nu achter me ligt, heb ik altijd gezien als een weg. Eerst als een rustig landweggetje. Daarna kwam ik in de bergen met vreselijke paden vol met stenen en diepe ravijnen. Vaak ben ik gevallen, maar toch weer opgestaan. Vaak heb ik verkeerde wegen gekozen, maar God was altijd bij mij en heeft mij nooit alleen gelaten. Nu loop ik langs een lang kanaal met aan weerzijden een weg. De weg waarop ik loop is de katholieke weg. De weg aan de andere kant van het kanaal is de weg waar mijn geestelijke roots liggen: de evangelische weg. Af en toe kom ik een brug tegen en loop ik naar de overkant…